schrompelen
/ˈsxrɔmpələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) rimpelig worden door verlies aan inhoudDe ballon was helemaal geschrompeld van de extreme koude.Wel, dat is dan ook het enige wat er op zit, zei hij: krimpen, schrompelen, krimpen & schrompelen.
Etymologie
*van Middelnederlands """, op te vatten als "schrimpen" of "schrompen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek