schrokken
/ ˈsxrɔkə(n) /
Betekenis
werkwoord
- (ov) zo snel mogelijk etenHij schrokte de pannenkoek naar binnen om de wedstrijd niet te missen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gulzig eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1715
Vertalingen
Engelsdevour, pig
Duitsschlingen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek