schroef
mannelijk/vrouwelijk (de)/sxruf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) klein cilindervormig of conisch voorwerp dat wordt gebruikt om andere, grotere voorwerpen vast te zettenHoe krijg ik een schroef los die niet goed los wil?
- (scheepvaart) (luchtvaart) werktuig met twee of meer gebogen bladen die door draaiing een schip of vliegtuig voortbewegenDe duif was op weg voor een leervlucht in de schroef van een vliegtuig terechtgekomen.
- (sport) sprong met een draai om de lengteas
Etymologie
*via Middelnederlands "schruve" van "escroue", in de betekenis van ‘staafje met schroefdraad’ aangetroffen vanaf 1573
Uitdrukkingen
- Er zit een schroefje [bij hem/haar,...] los — Iemand is niet goed bij zinnen
- Op losse schroeven staan — Gezegd van iets waarvan onzeker is of het doorgaat
Vertalingen
Engelsscrew, screw, twist
Fransvis, hélice, avvitamento
DuitsSchraube, Propeller, Schiffsschraube
Spaanstornillo, hélice
Italiaansvite, elica
Portugeesparafuso, hélice
Russischвинт, шуруп, винт
Poolswkręt, śruba
Zweedsskruv, propeller, skruv
Deensskrue
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek