vijs

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) (vooral zuidelijk) ijzeren staafje of kegeltje met schroefdraad dat gebruikt wordt om voorwerpen vast te maken
    Te koop: muurhaken,nagels,vijzen en pluggen.

Etymologie

*: "vijzen" zonder de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker stemloos wordt