vijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɛis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) (vooral zuidelijk) ijzeren staafje of kegeltje met schroefdraad dat gebruikt wordt om voorwerpen vast te makenTe koop: muurhaken,nagels,vijzen en pluggen.
Etymologie
*: "vijzen" zonder de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker stemloos wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek