schrapnel
mannelijk (de)/ˈsxrɑpnɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- explosief waaruit veel kogels of scherven wegschietenSoms zoefde een schrapnel door de lucht.
- stukjes metaal die door een explosie rondvliegen'Ik heb verwondingen aan mijn hoofd en been, ik vermoed door de schrapnel. In de seconden daarna was het enorme chaos. Ik werd eerst naar een brandweerpost geleid, daarna naar de politie.'Het waren echte oorlogswonden. Veel amputaties en verwondingen door rondvliegende brokstukken en schrapnel.'
- (figuurlijk) (drinken) glaasje drank met een hoog percentage alcohol
Etymologie
*vernederlandsing van "shrapnel", (eponiem) van de Britse generaal en uitvinder , in de betekenis 'projectiel' aangetroffen vanaf 1832
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek