borrel

mannelijk (de)/ˈbɔrəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken), klein glaasje met sterke drank, gedistilleerd
    Jenever is een bekende borrel in Nederland.
    Het was heerlijk om weer eens met anderen een borrel te drinken.
  2. metonymisch (metonymisch) gezellige samenkomst waar ook alcoholische dranken worden geschonken, meestal vergezeld van een hapje
    Na het werk is er vrijdagmiddag een borrel van de zaak.
    De kwestie draait om verschillende feestjes en borrels van de overheid die plaatsvonden op het moment dat er strenge coronaregels golden in Engeland. Sommige medewerkers kregen meerdere boetes. Om hoeveel personeelsleden het gaat is niet bekendgemaakt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘glas sterkedrank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1692

Uitdrukkingen

  • Dat scheelt een slok op een borrelDat maakt een aanzienlijk verschil

Vertalingen

Engelsdrink, meetup
Fransapéro, apéro
DuitsSchnaps, Pinnchen, Schnapsglas
Spaanscopa