schouwburgzaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɑubʏrᵊxˌsal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote zaal in een theater waar het publiek naar voorstellingen kan kijkenZe spelen doorgaans op locatie en in de kleine zalen van theaters, maar nu maken ze voor het eerst een voorstelling voor de schouwburgzaal.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek