schouwburgzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɑubʏrᵊxˌsal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote zaal in een theater waar het publiek naar voorstellingen kan kijken
    Ze spelen doorgaans op locatie en in de kleine zalen van theaters, maar nu maken ze voor het eerst een voorstelling voor de schouwburgzaal.