schoot
mannelijk (de)/sxot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) de bovenkant van de dijen van iemand die zitDavid Hockney zet zijn tanden in een Double Smash Burger met gekarameliseerde uien en gerookte cheddar. Zijn twee gehoorapparaten heeft hij naast zijn bord gelegd, op zijn schoot ligt een zorgvuldig gevouwen servet. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]Ik klom van zijn schoot en maakte me klaar om de eerste stapel blaadjes aan te pakken.
- (anatomie) een baarmoeder
- (scheepvaart) een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten, een schootlijn
- (techniek) het onderdeel van een deurslot dat uit de deur schuift en in de sluitplaat op de deurpost valt
- uitspraakvariant van scheut
Etymologie
* In de betekenis van ‘deel van lichaam’ voor het eerst aangetroffen in 777
Vertalingen
Engelslap, womb, sheet
Fransflanc, écoute
DuitsSchoß, Gebärmutter, Schot
Spaansregazo, seno
Turkskucak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek