Schoor

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een steunbalk die onder of tegen iets geplaatst is
    Als laatste werd de schoor verwijderd.
    Ik zag de ratten niet die in het donker rondrenden, noch hoorde ik het geknars van termieten die zich te goed deden aan dakspanten en schoren. Ik voelde de klimop niet die aan de stenen trok en de torens in zand veranderde.

Etymologie

* In de betekenis van ‘steunbalk’ voor het eerst aangetroffen in 1343

Vertalingen

Engelsabutment