schoonmaakbeurt

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men iets of iemand reinigt
    Ik bedacht met spijt dat de werktafel, voor de schoonmaakbeurt, gefotografeerd had moeten worden: het zou een heel andere scan van Tonio's brein opgeleverd hebben dan die ze op Eerste Pinksterdag in het amc hadden gemaakt.
    In Mekka, Saudi-Arabië, wordt een grote desinfecterende schoonmaakbeurt gehouden. Woensdag begint daar de jaarlijkse pelgrimstocht, de hadj. Vanwege corona mogen daar dit jaar maar duizend moslims aan meedoen.

Vertalingen

Engelsclean-up