schoolpoort

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxolport/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toegang tot een schoolgebouw of schoolterrein
    Het voertuig stopte bij de schoolpoort.:::
  2. bouwkunde (bouwkunde) ingang van een schoolgebouw of constructie die toegang geeft tot een schoolterrein
    “De Scholier” was afgebeeld boven de schoolpoort te Delft, die nu gesloopt is.
  3. plaats waar ouders hun schoolgaande kinderen brengen en afhalen
    Aarab is kritisch over de traditionele Marokkaanse moeders die ze bij de schoolpoort ontmoet.
  4. figuurlijk (figuurlijk) punt waar men het onderwijs binnenkomt of verlaat
    Er komen steeds minder kinderen de schoolpoort binnen.:::
  5. (als informatie-uitwisseling)
    De dood wordt niet meer buiten de schoolpoort gehouden.
  6. (als tijdstip)
    De schoolpoort zou alras achter mijn rug worden gesloten.
    Leren houdt niet op bij de schoolpoort, vindt de Whole Language-beweging.