schoolpoort
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxolport/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toegang tot een schoolgebouw of schoolterreinHet voertuig stopte bij de schoolpoort.:::
- (bouwkunde) ingang van een schoolgebouw of constructie die toegang geeft tot een schoolterrein“De Scholier” was afgebeeld boven de schoolpoort te Delft, die nu gesloopt is.
- plaats waar ouders hun schoolgaande kinderen brengen en afhalenAarab is kritisch over de traditionele Marokkaanse moeders die ze bij de schoolpoort ontmoet.
- (figuurlijk) punt waar men het onderwijs binnenkomt of verlaatEr komen steeds minder kinderen de schoolpoort binnen.:::
- (als informatie-uitwisseling)De dood wordt niet meer buiten de schoolpoort gehouden.
- (als tijdstip)De schoolpoort zou alras achter mijn rug worden gesloten.Leren houdt niet op bij de schoolpoort, vindt de Whole Language-beweging.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek