schommelen
/ˈsxɔmələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) op een schommel heen en weer bewegenDe hele dag schommelt Jantje tot hij ervan duizelt.
- (inerg) op en neer bewegenDoor de nieuwe golf van aanslagen ging de olieprijs weer aan het schommelen.
Etymologie
*Afgeleid van schommel
Vertalingen
Engelsswing
Fransbalancer
Duitsschaukeln, schwingen
Spaansbalancear
Russischкачаться
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek