schoeien
Betekenis
werkwoord
- (ov) van schoeisel voorzienHij werd goed geschoeid en gekleed.
Etymologie
* In de betekenis van ‘van schoenen voorzien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Vertalingen
Engelsshoe
Franschausser
Duitsbeschuhen
Spaanscalzar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek