schitteren
/ˈsxɪtərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een sterk licht verspreidenDie ring schitterde wel heel erg.
- (inerg) opvallenHij schitterde door niet naar de rechtbank te komen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘glinsteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617
Uitdrukkingen
- Schitteren door afwezigheid
Vertalingen
Duitsglänzen, strahlen, glänzen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek