schijnen
/ˈsxɛinə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (copl) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijzeDat schijnt erg voordelig, maar er zijn veel verborgen kosten aan verbonden.
- in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidtZij schijnen daar te werken.
- (absol) straling uitzendenDe zon schijnt 's middags in de achterkamer.Ik zag twee felle zaklampen op een aantal tenten schijnen waar de laatste uren flink wat lawaai vandaan was gekomen.Ik ritste mijn tent weer open en scheen met mijn hoofdlamp onder mijn tentzeil.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stralen’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Vertalingen
Duitserscheinen, scheinen, scheinen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek