scheut

mannelijk (de)/sxøt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een nieuw groeisel aan een plant
    Er komen allemaal nieuwe scheuten aan wat ik dacht dat het een dode stam was.
  2. een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kan
    Doe er nog een scheutje jenever bij!
  3. een snelle, doordringende gewaarwording (-> pijnscheut)

Etymologie

* In de betekenis van ‘loot’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelsshoot
Spaansbrote, retoño, chorro