schemel
mannelijk (de)/ˈsxeməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lage bank of stoel zonder rugleuning
- plank voor de voeten van een weefgetouw
Etymologie
*via Middelnederlands """ van Latijn "scamellum"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*via Middelnederlands """ van Latijn "scamellum"