schatter

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die een voorspelling doet over wat een waarneming of meting zou opleveren
    Volgens de schatter van "Antiques roadshow" is het paspoort nu minstens 20.000 dollar waard (14.800 euro), meldt Factmag.com. De Telegraaf 05 feb. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/999208/platenverzamelaar-vindt-paspoort-marvin-gaye Platenverzamelaar vindt paspoort Marvin Gaye]
    Als het plan is aangenomen, begint het feitelijke ruilen van grond, met daarbij de onvermijdelijke onderhandelingen. De waarde van de grond wordt vastgesteld door schatters, voornamelijk boeren uit de streek zelf. Hoewel het steeds minder voorkomt, worden in voorkomende gevallen complete bedrijven met woonhuis, schuren en stallen verplaatst. NRC Joost van Kasteren 7 december 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/12/07/boeren-stemmen-tegen-landverkaveling-het-ruilen-beu-7334714-a362073 Boeren stemmen tegen landverkaveling; Het ruilen beu]
  2. getal dat een eigenschap van een steekproef aangeeft

Etymologie

* van schatten

Vertalingen

Engelsvaluer, estimator, taxer