schatten

/ˈsxɑtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) naar waarde ~: op prijs stellen, waarderen
    De bijdragen van alle gebruikers van het WikiWoordenboek horen naar waarde geschat te worden.
  2. ov (ov) Bij benadering een waarde voor iets geven, taxeren
    Ik schatte hem zo'n jaar of vijftig.
  3. statistiek (statistiek) : vanuit een beperkte steekproef een getalswaarde bepalen die een parameter van de verdeling ervan zo goed mogelijk benadert
    Met een steekproefgemiddelde kan het gemiddelde het meest efficiënt geschat worden, maar de mediaan van de streekproef is een robuustere waarde.

Etymologie

*Ontwikkeld uit Middelnederlands "scatten", "schatten" "schatting opleggen", vergelijk Middelhoogduits "schetzen" "belasting opleggen; geloven", modern Duits "schätzen" "schatten, waarderen"

Vertalingen

Engelsappraise, estimate
Fransapprécier, estimer, supputer
Duitsschätzen, schätzen
Spaansapreciar, estimar
Italiaansvalutare, stimare
Poolsszacować