schamperen
/ˈsxɑmpərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- op een spottende en minachtende manier sprekenBuurtbewoners die het begin van de bouw willen volgen, schamperen al dat de bouwer zijn zaakjes niet voor elkaar heeft. „De stoppen zijn al doorgeslagen,” zoemt het langs het hek. Tubantia 28-04-11 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/vertraging-bouw-velve-door-vandalisme~a1856357/ Vertraging bouw Velve door vandalisme]Tijdens het Statendebat noemde Krabbendam GroenLinks hoeder van de integriteit, 'maar de heer Krabbendam heeft zich daar in zijn bijdrage aan dit debat niet aan gehouden, verre van dat', schamperen de onderzoekers. Zij noemen Krabbendams intenties 'onwaarachtig en leugenachtig'. Tubantia 31-12-13 [https://www.tubantia.nl/binnenland/limburgs-statenlid-van-groenlinks-niet-integer~a13e7d9d/ 'Limburgs Statenlid van GroenLinks niet integer']
Vertalingen
Engelsscoff, sneer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek