prijzen
/ˈprɛizə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand lof toezwaaien, lovenHij prees de inzet van de vrijwilligers.Mirren bedankte de koningin "uit naam van al uw trouwe onderdanen" en sprak bewondering uit voor haar "onwankelbare hoop, ondersteuning en leiderschap" in de afgelopen zeventig jaar. "We prijzen en bewonderen de manier waarop u vaardig en waardig staatszaken verricht."
- (ov), (religie) eer bewijzen (aan God)Prijst de Heer!
werkwoord
- (ov), (financieel) van een prijs voorzien, de prijs van iets bepalen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘op waarde schatten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- De hemel in prijzen — Zeggen dat iets of iemand heel goed is
- Prijs de dag niet voordat het avond is — Verwacht niet te snel dat iets helemaal succesvol verloopt, ook niet als de eerste tekenen goed zijn
Vertalingen
Engelspraise
Franslouer, féliciter
Spaansalabar, loar, elogiar
Italiaanslodare
Chinees赞扬
Japans褒める, ほめる
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek