scepsis

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. twijfel of iets wel waar is, twijfel of iets goed afloopt
    Hij had grote scepsis bij wat de fantast hem allemaal op de mouw probeerde te spelden.
    Hij had grote scepsis bij de kansen op genezing van zijn zieke vrouw.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘twijfel’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansescepticismo