opgetogenheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- enthousiaste stemming, houding, instellingDe ontwerper was ingenomen met de opgetogenheid waarmee de opdrachtgever zijn plan ontving.
Etymologie
*Afgeleid van opgetogen .
Vertalingen
Engelselation, exultation
Fransenchantement
DuitsBegeisterung
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek