salmiak

mannelijk (de)/sɑlmi'ɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) NH4Cl, het zoutzure zout van ammonia
    Een fles met geconcentreerd zoutzuur naast één met ammonia geeft onherroepelijk een wolk salmiak.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘soort drop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936