salmiak
mannelijk (de)/sɑlmi'ɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) NH4Cl, het zoutzure zout van ammoniaEen fles met geconcentreerd zoutzuur naast één met ammonia geeft onherroepelijk een wolk salmiak.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘soort drop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek