rusttijd
mannelijk (de)/ˈrʏstɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd dat men kan rusten en ook bedoeld is om te rustenOok vakbonden CNV en FNV laten tegenover het persbureau weten verrast te zijn met de onaangekondigde actie. De werkonderbrekingen komen op het moment dat de directie van HTM overlegt met de bonden over arbeidsvoorwaarden zoals de rij- en rusttijden van chauffeurs. “Een aantal medewerkers van HTM besloot de uitkomst van dit overleg niet af te wachten”, aldus het bedrijf. NRC Joost Pijpker 1 december 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek