rozenkrans

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebedssnoer met 55 kralen. Bij 5 kralen wordt het "onze vader" en bij 50 het "weesgegroet" gebeden
  2. een gebed waarbij men de rozenkrans driemaal doorloopt en dus vijftienmaal het Onzevader en 150 het Weesgegroet bidt

Etymologie

* In de betekenis van ‘gebedenreeks’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Vertalingen

Engelsrosary
Fransrosaire
DuitsRosenkranz
Spaansrosario
Italiaansrosario
Japansロザリオ
Poolsróżaniec