rozenhoedje

onzijdig (het)/rozə'nucə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het éénmaal doorlopen van een rozenkrans dus 5 maal het bidden van een Onzevader en 50 maal het bidden van een Weesgegroet
    De haastige man bad een rozenhoedje in plaats van een rozenkrans