rozenhoedje
onzijdig (het)/rozə'nucə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het éénmaal doorlopen van een rozenkrans dus 5 maal het bidden van een Onzevader en 50 maal het bidden van een WeesgegroetDe haastige man bad een rozenhoedje in plaats van een rozenkrans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek