royalist
mannelijk (de)/rojaˈlɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een aanhanger is van het koningshuis en de monarchieStaatsportretten waarop het zwaard te zien is, tonen vooral de schede. Van die schede ontbreekt echter elk spoor, wat de prijs doet dalen. De cataloguswaarde van de sabel werd op 3.000 tot 4.000 euro gezet, met schede zou de prijs gezet zijn op 25.000 tot 30.000 euro. Morgen vindt de publieke veiling plaats. Er wordt vooral interesse verwacht uit de hoek van royalisten. de Standaard 02/mei/2017Waarom heb je gehuild toen de koning stierf? Misschien had je niet alleen veel sympathie voor de man zelf, maar draag je ook het koningschap zelf een warm hart toe? Ben je zowaar een overtuigd royalist? Mag iemand macht erven en doorgeven? Doet de koning niet in het groot waar elke burger van droomt: de nalatenschap van zijn vader zo kundig mogelijk beheren en verdelen onder zijn kinderen? Volkskrant BERCHEM, 4 AUGUSTUS 1993 Leonard Nolens (1947)
Etymologie
*afgeleid van royal
Vertalingen
Engelsroyalist
Spaansrealista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek