rotzooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɔtsoj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- waardeloze rommelDie hele handel kan wel weggegooid worden nu het stinkende rotzooi geworden is.
- wanordelijke zaak of toestandHet wordt tijd dat je je rotzooi eens opruimt.De strak opgemaakte kamer wist ik in no time te transformeren tot een stinkende rotzooi.De gemeente stelde 9 miljoen euro beschikbaar, opende een jongerenloket en regelde gezinscoaches. Maar de wijk krabbelt slechts langzaam op en het aantal klachten over de buitenruimte blijft groot. "Ziet nou niemand van de gemeente dat het een rotzooi is?", vraagt een bewoonster zich af bij de regionale omroep Rijnmond. Volgens haar is het elke dag weer raak met huisraad en vuilniszakken naast de containers.
Etymologie
*(intensiverende) , in de betekenis van ‘bende’ aangetroffen vanaf 1924
Vertalingen
Engelsconfusion, disorder
Spaansperturbación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek