rot
onzijdig (het)/rɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- proces waarbij iets bederft, bijvoorbeeld bij etenswaarIn die aardappels zit het rot.
zelfstandig naamwoord
- (militair) benaming voor een reeks manschappen uit opeenvolgende gelederen die direct achter elkaar staan opgesteld, ook gebruikt voor vergelijkbare opstellingen zoals van voertuigenZij moesten zich opstellen in rotten van drie
- (historisch) bepaalde manier om 4 geweren tegen elkaar steunend op de grond te zettenZij zetten de geweren aan rotten.
- (verouderd) kleinste eenheid van manschappen in een leger
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) muisachtig knaagdier uit het geslacht
Etymologie
|citaat=Fijn, kan ik eindelijk weer langs Nederland 3 zappen zonder die rotkop van Claudette de Boer te zien.}}
Uitdrukkingen
- Zo rot als een mispel zijn — Ernstig bedorven, meestal figuurlijk gebruikt
- Een rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand — Als iemand uit een groep een fout maakt, is dat slecht voor (de reputatie van) alle leden
- hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt
- De rot zit erin — Iets is verrot (vaak in figuurlijke zin)
- Een oude rot in het vak — Iemand die een vak door ervaring goed heeft leren beheersen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek