rot

onzijdig (het)/rɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. proces waarbij iets bederft, bijvoorbeeld bij etenswaar
    In die aardappels zit het rot.
zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) benaming voor een reeks manschappen uit opeenvolgende gelederen die direct achter elkaar staan opgesteld, ook gebruikt voor vergelijkbare opstellingen zoals van voertuigen
    Zij moesten zich opstellen in rotten van drie
  2. historisch (historisch) bepaalde manier om 4 geweren tegen elkaar steunend op de grond te zetten
    Zij zetten de geweren aan rotten.
  3. verouderd (verouderd) kleinste eenheid van manschappen in een leger
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) muisachtig knaagdier uit het geslacht

Etymologie

|citaat=Fijn, kan ik eindelijk weer langs Nederland 3 zappen zonder die rotkop van Claudette de Boer te zien.}}

Uitdrukkingen

  • Zo rot als een mispel zijnErnstig bedorven, meestal figuurlijk gebruikt
  • Een rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schandAls iemand uit een groep een fout maakt, is dat slecht voor (de reputatie van) alle leden
  • hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt
  • De rot zit erinIets is verrot (vaak in figuurlijke zin)
  • Een oude rot in het vakIemand die een vak door ervaring goed heeft leren beheersen