roffel

mannelijk (de)/ˈrɔfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een serie snel op elkander volgende slagen op een trommel
    En nu ziet hij er dan één in het echt, achterin: een echte berenmutsmeneer. Mét trommel. Stijn weet niet wat hij ziet. Hij is met Venema onderweg om een uniform te pakken, maar staat meteen stil. "Kijk eens, Stijn", wijst moeder Eke. Onwennig blikt hij naar Bart Pennings, de echte berenmutsmeneer. Die geeft een stevige roffel op de trommel. Stijn kijkt met open mond, zus Sophie (5) danst in het rond.Tubantia Joke Waltmans 14 september 2017
    Nee, ik ben niet sarcastisch als ik zeg dat deze compositie goed in elkaar zit. Het zit hem in de combinatie van schaamteloze voorspelbaarheid - je weet precies wanneer Elstak de beat gaat droppen, na dat snaredrum-roffel-crescendo - en gewiekste ritmische variatie. Lekker toch, die off-beat-pianopartij, en al die synthesizerlaagjes. Elstak gebruikt alleen maar majeurakkoorden, het tempo is hartslagverhogend: alles is gericht op de endorfinekick.Volkskrant Merlijn Kerkhof 6 mei 2017
zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) speciale schaaf voor het grovere werk
    Klinkt alsof je inderdaad een roffel (scrub plane) nodig hebt om sneller te werken.[https://www.woodworking.nl/threads/schaven-ruw-hout-vlak-maken-welke-schaven-zijn-het-belangrijkst.22938/ BossyRangs 1 mei 2018]

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "roffel" / "ruffel" "schop, spade"

Vertalingen

Engelsruffle of drums, scrub plane