roestbak

mannelijk (de)/ˈrus(t)bɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) oude, versleten, aftandse en roestende auto die slecht onderhouden is
    Wil je echt nog 1000 euro vangen voor die oude roestbak van je? Eigenlijk zou ik er nog geld toe op moeten krijgen om hem naar de sloop te slepen.