roeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
- (ov) een emotie in iemand oproepenDat roerde hem zeer.
- (refl): zich ~: zich bewegenHet konijn roerde zich niet en wachtte geduldig tot de vos verdwenen was.
- (refl): zich ~: in opstand komenDe bergbewoners van de Kaukasus roeren zich weer als vanouds.
- (refl): zich ~: geluid (herrie) makenDe ongeduldige jongelui roerden zich tijdens het concert met boegeroep en andere ongein.
Etymologie
* In de betekenis van ‘dooreenmengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- tot tranen toe geroerd zijn
- zeer sterk ontroerd zijn
- de trom roeren
- op de trommel slaan
- maart roert zijn staart
- de laatste dagen van maart kunnen nog guur en koud weer geven
- zich niet kunnen roeren
- zich niet kunnen bewegen
Vertalingen
Engelsstir, move, stir
Franstouiller, remuer, bouger
Duitsrühren
Spaansremover, conmover, alborotarse
Russischмешать
Deensrøre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek