roeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
  2. ov (ov) een emotie in iemand oproepen
    Dat roerde hem zeer.
  3. refl (refl): zich ~: zich bewegen
    Het konijn roerde zich niet en wachtte geduldig tot de vos verdwenen was.
  4. refl (refl): zich ~: in opstand komen
    De bergbewoners van de Kaukasus roeren zich weer als vanouds.
  5. refl (refl): zich ~: geluid (herrie) maken
    De ongeduldige jongelui roerden zich tijdens het concert met boegeroep en andere ongein.

Etymologie

* In de betekenis van ‘dooreenmengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • tot tranen toe geroerd zijn
  • zeer sterk ontroerd zijn
  • de trom roeren
  • op de trommel slaan
  • maart roert zijn staart
  • de laatste dagen van maart kunnen nog guur en koud weer geven
  • zich niet kunnen roeren
  • zich niet kunnen bewegen

Vertalingen

Engelsstir, move, stir
Franstouiller, remuer, bouger
Duitsrühren
Spaansremover, conmover, alborotarse
Russischмешать
Deensrøre