Roer

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vlak waarmee de besturing van een schip of een vliegtuig geregeld wordt
  2. stuurmiddel van een schip
  3. lokvogel.
  4. de buis van een pijp (om te roken)
  5. geweer

Etymologie

* In de betekenis van ‘stuur van schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • Aan het roer staanDe leiding in handen hebben
  • Goed naar het roer luisterenHet schip is gemakkelijk bestuurbaar
  • Het roer in handen hebben / houdenDe zaak (blijven) besturen
  • Het roer moet omHet beleid moet op de schop, het beleid moet veranderen
  • Het roer is van het schipEr is geen orde/sturende leiding meer
  • Het roer aan de scheg hangenDe zaak verkeerd aanpakken
  • Hou je roer rechtLet op hoe je loopt, loop rechtuit
  • Uit het roer lopen(v.e. schip) Niet meer naar het roer luisteren, onbestuurbaar raken

Vertalingen

Engelsrudder, helm, decoy
Fransgouvernail
DuitsRuder
Spaanstimón
Italiaanstimone
Russischруль, руль, штурвал
Poolsster