roem
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eer, vermaardheidIn de Grieks-en in de Rooms-Katholieke kerk werd hij vereerd. Reeds in de negende eeuw breidde zijn roem zich uit van Klein-Azië naar Italië en omstreeks het jaar duizend zelfs over de Alpen.
- (kaartspel) een bonus verkregen wanneer een bepaalde combinatie van kaarten voorhanden is
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1526
Uitdrukkingen
- Eigen roem stinkt — Het is niet goed om aan zelfverheerlijking te doen
Vertalingen
Engelsfame, glory, honors
Fransgloire
DuitsRuhm
Spaansfama, gloria
Italiaansgloria
Russischслава, честь
Poolssława
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek