ringen
/ˈrɪŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (dierkunde) dieren, veelal vogels voorzien van een genummerde band om poot of hals ter identificatie en/of onderzoek naar verspreiding en trekgedragAls we deze vogels hebben geringd gaan we naar huis.
- (ov) (bosbouw) bij een stam of tak rondom een reep schors verwijderen
Etymologie
*afgeleid van "ring"
Vertalingen
Engelsring
Fransbaguer
Duitsberingen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek