Ring
mannelijk (de)/rɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sieraden) een cirkelvormig sieraad (voor om de vinger)Hoe vaak draagt u uw ring?Hij is een vreemde edelsteen die een dame in een ring zou laten vatten, iets unieks wat je nergens anders ziet, een voorwerp dat de dames in Amsterdam graag zouden willen hebben.De ledematen van de ene zijn gearceerd met dunne zwarte lijntjes, en hij draagt een speer en heeft een ring door zijn neus.
- een cirkelvormig voorwerpDe ringen van Saturnus zijn indrukwekkend.Zo lezen we in het verslag van een van de beroemdste toernooien in Spanje, de Passo Honroso die georganiseerd werd door de Spaanse ridder Suero de Quinoñes van 10 juli tot 9 augustus 1435, dat hij een ijzeren ring om zijn nek droeg die symboliseerde hoe hij gekluisterd werd door de liefde voor zijn dame.Ze wil Cornelia's handen beetpakken en een ring om Meermans vormen, om hem en haar hart onder de duim te houden.
- (sport) een plaats waar gestreden wordtHij kwam de ring in en werd toegejuicht.
- (politiek) een gebied waar bestuurd wordtHij woont in die ring op de kaart.
- (verkeer) rondwegBij de volgende ring gaan we rechtsaf.
- (scheikunde) cyclische verbinding waarbij de atomen een gesloten systeem vormenEen ring van koolstofatomen.
Etymologie
*(erfwoord), via Middelnederlands "rinc" van Oudnederlands "rink", in de betekenis van ‘kringvormig voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Eruitzien om door een ringetje te halen — Er heel netjes uitzien
- De ring van Gyges hebben — Alles voor elkaar kunnen krijgen wat men maar wilLett.: "zichzelf onzichtbaar kunnen maken; de {{w|nl|Ring van Gyges|ring van Gyges
- De handdoek in de ring werpen (gooien) — De strijd opgeven
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
Vertalingen
Engelsring, ring, ring
Fransbague, anneau, alliance
DuitsRing, Ring, Ring
Spaansanillo, anilla, anillo
Italiaansanello, anello, cerchio
Russischкольцо, кольцо, ринг
Zweedsring, ring, ring
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek