rijkswachter

mannelijk (de)/ˈrɛikswɑxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ordehandhaving, geschiedenis (ordehandhaving) (geschiedenis) Belgische politiebeambte, agent van het landelijke politiekorps zoals België dat tot 2001 kende
    Het bleek echter dat een voorbijganger een door de betogers in het nauw gedreven rijkswachter had helpen ontzetten.

Etymologie

*afgeleid van rijkswacht