rietfluit
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈritflœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- blaasinstrument gemaakt van een rietstengelEén der herders fluit op zijn rietfluit, de ander zingt erbij, terwijl de derde herder danst met de herderin.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek