riek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een handwerktuig voor het verplaatsen van bladeren, gras of gewied materiaal in de vorm van een grote vork met smalle tandenGeef de riek eens aan.
Etymologie
* In de betekenis van ‘mestvork’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Vertalingen
Engelspitchfork
Spaanshorca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek