religieus

mannelijk (de)/ˌreliˈɣjøs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, religie (persoon) (religie) iemand die lid is van een godsdienstige woongemeenschap na een plechtige belofte haar leefregels te volgen
    Er is geen kwestie van dat de religieus de wereld verlaat en de kerstening hiervan overlaat aan de leek: hij blijft volop in de wereld en niet om eigen ziel en zaligheid trekt hij de eenzaamheid in, maar om wille van de leek, opdat deze door en langs hem iets moge bereiken en proeven van dat onverdeelde waardoor reeds hier op aarde alles als nieuw en anders wordt.

Etymologie

#niet door objectieve feiten weerlegbaar

Vertalingen

Engelsreligious
Fransreligieux
Duitsreligiös
Spaansreligioso
Italiaansreligioso
Portugeesreligioso