kloosterling

mannelijk (de)/klostərlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, religie (beroep) (religie) iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster
    De kloosterlingen namen deel aan de sext.

Etymologie

*Afgeleid van klooster .

Vertalingen

Engelsreligious, conventual
Spaansfraile, fray, monje