kloosterling
mannelijk (de)/klostərlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (religie) iemand die gekozen heeft voor het leven in een kloosterDe kloosterlingen namen deel aan de sext.
Etymologie
*Afgeleid van klooster .
Vertalingen
Engelsreligious, conventual
Spaansfraile, fray, monje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek