reisnecessaire
mannelijk (de)/ˈrɛisnesɛˌsɛːr(ə)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tas waarin zaken bewaart kunnen worden die men op reis nodig heeft voor de persoonlijke verzorgingIn de kamer lagen alleen nog spullen die vorst Andrej altijd bij zich droeg: een reisnecessaire, een grote zilveren cassette met couverts, twee Turkse pistolen en een sabel, een geschenk van zijn vader, die hij had meegebracht uit de buurt van Otsjakov.Expert Joseph Estié krijgt een heel schattige reisnecessaire op zijn tafel. Dat is een antieken doosje en wanneer je die opendoet komen de volgende dingen tevoorschijn: een flaconnetje parfum uit, een oorlepeltje, een mesje om briefjes te openen, een schaar, een balboekje en een potlood. Dat nam je vroeger mee op reis.
Vertalingen
Engelsdressing-case
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek