reisgezel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand waarmee je samen een reis maakt
    Ho, die in Hongkong een trainer van huisdieren was geweest, ontfermde zich over het kansloze dier. Hij voedde haar, ontdeed haar van parasieten en van zwermen vlooien. Hij kreeg weer leven in het kleine kattenlijf en begroette uiteindelijk een vrolijke reisgezel die vaak op zijn schouder klom.Tubantia Bob van Huët 26-MEI-2017
    Slachtoffers van mensenhandel zijn de herkennen door verdachte handelingen, zoals angstige of nerveuze trekjes of jongeren die lijken te reizen met iemand die geen familielid is. Ook als de verdachte zijn reisgezel niet laat antwoorden of hem/haar geen moment uit het oog verliest, moet alarm geslagen worden.Tubantia 07-FEBRUARI-2017

Vertalingen

Engelstravelling companion