reisgenoot
onzijdig (het)/ˈrɛisxeˌnot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon waarmee je een reis gaat makenHelaas waren de reisgenoten van het reisgezelschap geen aangenaam gezelschap.Dus nee, al twee maanden na je gouden medaille in Rio de Janeiro op het vliegtuig stappen voor een weekje Japan ter voorbereiding op iets wat over vier jaar pas gaat gebeuren is niet te vroeg. Dat is gewoon op tijd. Nou kwam het ook wel erg mooi uit dat zij en reisgenoot Kiran Badloe (22), groot windsurftalent, aan een wedstrijd op het olympische water konden meedoen. Het was een weekje voorproeven tussen twee jetlags in. NRC Frank Huiskamp 18 oktober 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek