reisdeclaratie
vrouwelijk (de)/ˈrɛizdeklaˌra(t)si/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opgave van uitgaven die gedaan zijn voor het maken van een reis met de bedoeling die vergoed te krijgenDe voorganger van Jacobs, H. Riem, kwam amper een jaar na zijn benoeming met justitie in aanraking en werd ontslagen, ook al werd hij na een lange procedure alleen voor een verkeerde reisdeclaratie veroordeeld.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek