reisbiljet

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. papier waarop staat dat men gerechtigd is een bepaalde reis met een bepaald vervoermiddel te maken
    Bezorgd toonde Quispel de kapitein, die met een laatdunkende trek op zijn gezicht stond te kijken naar al dat binnenstromende vee, zijn reisbiljet, waarop immers City of Hydra was ingevuld.
    Ze was aan boord zonder reisbiljet, 'want als je de maîtresse van zo iemand bent, heb je geen kaartje nodig'.

Vertalingen

Engelsrailway-ticket, tram ticket, travelling ticket