recupereren

/ˌrekypəˈrerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, sport, wielrennen (erga) (sport) vooral: (wielrennen), opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning
    Maar je kunt ook niet vier marathons in een jaar rennen. Het lichaam moet kunnen recupereren.
  2. ov (ov) afval of iets wat is opgebruikt weer tot iets nuttigs omvormen
    Volgens een woordvoerder van het Franse automerk zijn de aandrijving, elektromotor en recupererende remmen – die bij het afremmen energie terugwinnen – innovaties afkomstig uit elektrische racewagens.
  3. ov (ov) opnieuw in bezit nemen, in beslag nemen omdat men er aanspraak op maakt
    Daarnaast is het kabinet voornemens in EU-verband te bezien welke mogelijkheden aanwezig zijn om onrechtmatig verkregen vermogen van leden van de voormalige Oekraïense regering te bevriezen en te recupereren.

Etymologie

*via Middelnederlands "recupereren" van "récupérer" (), in de betekenis van ‘terugwinnen, herstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1400

Vertalingen

Fransrécupérer