receptor
mannelijk (de)/rəˈsɛptɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) onderdeel dat signalen opvangt
- (biologie), (medisch) lichaamsdeel dat gevoelig is voor prikkels
- (biochemie), (medisch) eiwit in het celmembraan, het cytoplasma of de celkern, waaraan een specifiek molecuul kan binden
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse recipere (ontvangen)
Vertalingen
Engelsreceptor
Fransrécepteur
DuitsRezeptor
Spaansreceptor, receptor celular
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek