sensor
mannelijk (de)/ˈsɛnsɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (snelheid, temperatuur enz.)De microprocessor krijgt de informatie uit de signalen die de sensors afgeven.De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie wilde de raket afgelopen voorjaar voor het eerst lanceren, maar dat wordt nu op zijn vroegst in augustus. Er zijn dan nog geen astronauten aan boord, maar wel drie poppen met sensoren.
Etymologie
*van "sensor"
Vertalingen
Engelssensor
Franssenseur, détecteur
DuitsSensor
Spaanssensor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek